Historie

Het belang van de Oostkerk
De Oostkerk van Middelburg wordt algemeen beschouwd als het hoogtepunt van de classicis-tische barok-bouwstijl in ons land. Daarnaast is het bijzonder dat de kerk in al die 450 jaren van zijn bestaan nog nagenoeg volledig ongeschonden is. Waar veel oude kerken  door blikseminslag of oorlogsgeweld ernstig beschadigd werden bleef de Oostkerk daarvan gevrijwaard. Het bombardement van 17 mei 1940 trof een flink aantal panden rondom de kerk, maar die had slechts glasschade tot gevolg voor de Oostkerk. Zo kunnen restauratie-architecten hier dus nog goed bestuderen, hoe men in de zeventiende eeuw te werk ging. De enige veranderingen van de kerk sedert de bouw, zijn het aanbrengen van een orgel rond 1880 en het vervangen van de glas-in-loodramen door grotere ruiten (ca. 1800).
Als bijzondere eigenschappen van de Oostkerk worden genoemd: de uitstekende akoestiek en optimale zichtlijnen; de lichtinval door de lantaarn (vgl. Pantheon in Rome); de rijkdom aan symboliek en de fraaie detaillering van gevelmassa en koepel.

De bouw van de Oostkerk
Na de Val van Antwerpen in 1585 begon een nieuwe bloeiperiode van Middelburg. De bevol-king verviervoudigde in een kleine eeuw naar 30.000 inwoners (1660). Dat vergde uitbreiding van het aantal kerken, zeker na de sloop van de kerk op de markt. Zo ontvingen Bartholomeüs Drijfhout en Pieter Post in 1644 de opdracht tot de bouw van de Oostkerk in het nieuwe oostelijk stadsdeel. Hoewel het stadsbestuur een kruisvormige kerk voor ogen stond, kwam het duo met een koepelvorm met achthoekig grondplan op de proppen. Wellicht gaat het hier om een ontwerp dat Post eerder in Haarlem had ingediend voor de Nieuwe Kerk aldaar in een prijsvraag, die hij van Jacob van Campen verloor. Het stadsbestuur ging overstag, zo niet om financiële redenen (minder sloop van woningen) dan toch om akoestische redenen. Na de Reformatie waren ettelijke kerken gebouwd in den lande, zonder dat men het probleem van een goede akoestiek had kunnen oplossen.
In 1647 ging de eerste spa de grond in. Middels belastingen op bier en wijn kwam voldoende geld binnen om met vaart te bouwen. Na twee jaar overleed Drijfhout. Arend van ’s Gravensande verving hem. Hij had net de Marekerk in Leiden gebouwd. Ook een koepelkerk met achthoekig grondplan, maar met de binnenzuilen enige meters van de buitenmuur geplaatst. Hier moest een stap verder gegaan worden: de zuilen tegen de wand. Arend wijzigde het ontwerp door de klokkentoren te vervangen door een lantaarn en de klok te verplaatsen naar een achthoekige aanbouw. Ook verdween het Dorische voorportaal uit het ontwerp. De bouw stagneerde toen het volk tegen de bijzondere belasting in opstand kwam.
Van ’s Gravensande overleed in 1664. Stadsbouwmeester Louis Jolijt verving hem. In 1667 werd de kerk ingewijd, waarbij een dankbrief van Michiel de Ruyter werd voorgelezen, wegens de voorbede voor de succesvolle tocht naar Chattem. Een lange bouwtijd, maar het resultaat mocht er wezen.

Kenmerken van de Oostkerk
De opkomende barok had zijn effect op de detaillering van Oostkerk. Voor een protestantse kerk zijn de versieringen bijna uitbundig te noemen. Uit de Renaissance had met de vier elementen overgenomen: bloemen en vruchten alom tonen de aarde. Schelpen en vissen de zee, vogels de lucht en zonnebloemen het vuur. Maar ook wordt het leven tegenover de dood geplaatst. Boven de ingangsdeur rust een gebeeldhouwd skelet: Memento Mori, gedenk te sterven. Zandlopers symboliseren de vergankelijkheid. Twee adelaars op de kroon de vier windstreken, de vergulde leeuw op de top houdt een lans vast, bekroond met de vrijheidshoed (symbool van vrijgekochte Romeinse slaven), later van de geuzen en nog later van de Franse Revolutie. De unieke koperen lezenaar heeft als drager een griffioen die over gaat in een monsterlijke vis: lucht tegenover water, hemel tegenover hel. Door de lantaarn valt het licht naar binnen als symbool van het Goddelijk Licht. Minder symbolisch zijn de vele familie-wapens in de kerk. Zo’n 150 hebben er ooit de kerk van binnen en buiten gesierd. In de Franse tijd dienden deze tekenen van adel te verdwijnen (‘Witte beeldenstorm’). Daar de cartouches van de wapens bouwkundige elementen vormden, werden de wapens weg geschilderd. Bij de laatste restauratie (eind jaren negentig) zijn elf wapens teruggerestaureerd, uiteraard gesponsord door een sponsor van vandaag (VSB-fonds), zo de traditie handhavend.

Het De Ryckere-orgel
De Oostkerk had geen orgel. Dat had de Dortse Synode verboden. Toen in 1773 de nieuwe psalmberijming was aanvaard, bestond grote behoefte aan een orgel. Het verbod was inmiddels al sterk verwaterd en uiteindelijk genegeerd. De gebroeders De Ryckere uit Kortrijk kregen de opdracht tot de bouw. Componist en stadsorganist, Willem Lotens was verantwoordelijk voor de selectie en begeleiding. Een vreemde keus voor twee Vlamingen uit Kortrijk. Nederland kende nogal wat befaamde orgelbouwers van Noord-Duitse afkomst. De keus zal wel samenhangen met de ambitie voor een groot orgel tegen een geringe prijs.
Toen het orgel in 1781 bijna klaar was ontstond een conflict. De Vlamingen werden naar huis gestuurd zonder de twee laatste termijnen betaald waren en Joachim Reichner bouwde het af. Stadstimmerman Keijzer tekende voor de orgelkast in classisistische stijl. Het orgel is in de loop der jaren diverse keren gerestaureerd, maar verkeert thans in uitstekende staat. Kenners rekenen het tot de tien fraaiste van het land. De lichte toon is opvallend.
Tijdens de zomeropenstelling op donderdagen in juli en augustus is het orgel te beluisteren in middag-pauzeconcerten. Voor meer achtergrondinformatie over het orgel klik hier.

Openstelling
Vanaf mei t/m oktober is de Oostkerk te bezichtigen. In mei en oktober op donderdagen, van juni tot en met september op dinsdagen, woensdagen en donderdagen. De opening is van 10.30 - 16.30 uur. Toegang gratis. Rondleiding en beklimming van de koepel kost €2,50 voor een volwassene en voor een kind jonger dan 12 jaar €1,00.

Tekst: Gerrit de Bruijn († 2007).